Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Vijver reglement

Regelement visvijver.

Bijlage bij het reglement, betreffende de visvijver. Overtreding van de volgende artikelen wordt na waarschuwing gestraft.

Artikel 1
Het is verboden in het door “De Gender” in gebruik zijnde viswater eerder dan één uur voor zonsopgang en later dan twee uur na zonsondergang te vissen. Het bestuur kan besluiten voor speciale activiteiten van het bepaalde in dit artikel af te wijken.
Artikel 2
Er mag door LEDEN met maximaal twee hengels worden gevist. Voor leden (senioren) geldt dat tijdens het “snoekseizoen” één van die hengels voorzien mag zijn van een door de minister “niet aangewezen aassoort*)”. De periode waarin “gesnoekt” mag worden is vermeld op de lidmaatschapskaart.
Artikel 3
Er mag niet drijvend worden gevist.
Artikel 4
De lidmaatschapskaarten zijn strikt persoonlijk. Men is verplicht aan het bestuur, aan ambtenaren, politie en door het bestuur aangewezen personen op de eerste verordening het bewijs van lidmaatschap te overhandigen. Bestuurslid of controleur is bevoegd tot het innemen van de lidmaatschapskaart, als deze dit wenselijk acht. In dat geval wordt op de eerstvolgende bestuursvergadering door het bestuur een besluit genomen. Het besluit wordt schriftelijk aan het lid meegedeeld.
Artikel 5
Aal of paling mag niet worden meegenomen. Tijdens het snoekseizoen mag snoek en baars boven de wettelijke maat door leden die bevoegd zijn met “speciale hengel” te vissen worden meegenomen. Onder speciale hengel verstaan we hier een hengel die is beaasd met een niet door de minister “aangewezen aassoort*)*.
Artikel 6
Behalve bij deelname aan door de vereniging georganiseerde wedstrijden, is het verboden een leefnet te gebruiken. Het op een andere manier bewaren van vis is alleen in de volgende gevallen toegestaan:
- als het bepaalde in artikel 5 van toepassing is;
- tijdens het snoekseizoen mogen leden die bevoegd zijn met een “speciale hengel” te vissen, maximaal 5 levende aasvissen   in een emmer bewaren. Onder speciale hengel verstaan we hier een hengel die is beaasd met een niet door de minister   aangewezen aassoort*)*.
Artikel 7
Bestuursleden en controleurs hebben het recht te onderzoeken in hoeverre men in strijd met het reglement of de wettelijke bepalingen handelt.
Artikel 8
Vanaf drie uur voor aanvang van een wedstrijd is het wedstrijdparcours gesloten. De wedstrijdcommissie of het bestuur bepaalt welk gedeelte van de vijver tijdens de wedstrijd beschikbaar is voor vissers die niet deelnemen aan de wedstrijd.
Artikel 9
Elk lid is verplicht te zorgen, dat de goede orde aan de visvijver niet wordt verstoord. Tevens is het verboden te graven of op andere wijze oevers, taluds of beplanting te beschadigen.
Artikel 10
Het is verboden zich in kennelijke staat van dronkenschap te bevinden aan de oevers van het viswater.
Artikel 11
Het is verboden op of aan de vijver vogelnesten uit te halen of te verstoren.
Artikel 12
Elk lid mag onder zijn of haar begeleiding kinderen die op 1 januari van het betreffende jaar de leeftijd van 14 jaar nog niet hebben bereikt, laten vissen met één hengel (met uitzondering van viswedstrijden).
Artikel 13
Het bestuur is bevoegd, als zij dit nodig acht, een ledenstop in te lassen. Deze ledenstop geldt alleen voor leden, niet voor jeugdleden.
Artikel 14
Alle genoemde punten in het huishoudelijk reglement en de bijlagen, zijn ook van toepassing op personen die geen lid van de vereniging zijn, maar wel toestemming hebben op de visvijver te vissen.
Artikel 15
Ieder lid is verplicht, indien mogelijk met getuigen, elke overtreding kenbaar te maken aan het bestuur.
Artikel 16
In gevallen of geschillen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

*)* Door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is voor het vissen in de binnenwateren een aantal aassoorten aangewezen die je het beste als de "gewone aassoorten" zou kunnen betitelen.
Aangewezen aassoorten zijn: brood, deeg, aardappel, kaas, granen, zaden, wormen, steurgarnaal, insecten, insectenlarven (bijvoorbeeld maden) en nabootsingen daarvan (bijv. kunstvliegen) mits die niet groter zijn dan 2½ cm.